Borgen: kastelen van het hoge noorden

1815-1914

Cateau en het bezoek van de koning

In mei 1873 brengt Koning Willem III een bezoek aan de provincie Groningen. Bij dit bezoek reist hij eveneens naar Uithuizen waar hij een bezoek brengt aan de Menkemaborg in Uithuizen. De gevel van de Menkemaborg is voor deze gelegenheid prachtig versierd. 

Cateau en het bezoek van de koning

De Menkemaborg, gezien vanuit de bloeiende rozentuin. - Foto: Menkemaborg

Het bezoek van de koning maakt grote indruk op Johanna Catharina (Cateau) Lewe van Nijenstein (1861-1943). Johanna is het nichtje van Gerhard Alberda die koning Willem III op de Menkemaborg ontvangt. In een brief aan haar broer Edzard (Es) Willem van 7 juli 1936 haalt Cateau herinneringen op aan het bezoek.

‘.. uit mijn geheugen schreef ik de gasten op. Zij waren:
Z.M. de Koning,
Z.K.H. Prins Frederik,
Minister van Heeckeren van Kell (getrouwd met ene jeugdvriendin van Mama, gravin van Limburg Stirum),
Graaf van Heiden Reinestein, commissaris des Konings,
Generaal van Panhuys, adjudant van Z.M.
Kapitein del Baere, adjudant van Prins Frederik
De Heer van Beyma thoe Kingma, ordonans
De Heer de Posson, opperstalmeester
Jhr. Mr. W.G.A. Alberda van Ekenstein, Kamerheer in B.D. (buitengewone dienst)
Oom Es (Edzard Willem)
Oom Gerhard (Alberda van Menkema en Dijksterhuis)
Mama (Elisabeth Anna Lewe van Nijenstein – Alberda)
Papa (Jean Francois Lewe van Nijenstein)
Cateau L.v.N.
(...)
Daar heb ge ze allen. Ik mocht er bij aan tafel zijn, omdat men vreesde, dat de Koning niet hield van het getal 13; nadat ik eerst een vers had opgezegd en een bouquet had aangeboden. Het vers luidt:

O, Koning Willem hoog in ’t Noorden
Aan Neerlands alleruiterst strand
Bied ik een Kind, met gulle hand
Deez bloemen U, ik heb weinig woorden
Maar dit, o Koning weet voor vast
’t Huis Menkema staat tal van jaren
Maar nooit heeft het grooter eer ervaren
Dan nu het zijn Koning heeft te gast
En héél het volk hier langs de zee
Roept Welkom Koning met mij mee
Neem Koning deez mijn bloemen aan
En dat het U steeds wel moog gaan.

Waarop Z.M. ze aannam en zeide: ‘Dank je wel lief kind (Ik hoor het nog als ik mijn oogen dicht doe). Daarop leidde Z.M. Mama en Prins Frederik mij aan tafel zeggende: ‘Ik heb een paar net zulke kleindochtertjes als jij bent’.

Kamerheer Gerhard Alberda

Als dank voor dit bezoek wordt Gerhard Alberda benoemd tot ‘Kamerheer van Zijne Majesteit de Koning in buitengewone dienst’. Een erefunctie waardoor hij aanwezig is bij belangrijke gebeurtenissen aan het hof, zoals de inhuldiging van Koningin Wilhelmina. Op het beroemde schilderij dat Nicolaas van der Waay van deze inhuldiging maakte, is ook Gerhard Alberda te vinden.

Schilderij van de kinderen Lewe

In de eetzaal van de Menkemaborg hangt een schilderij van Otto Eerelman uit 1868 waarop de vier oudste kinderen Lewe van Nijenstein in een bokkenwagen staan afgebeeld. De kinderen zijn Gerhard (1857-1925), Unico Evert (1863-1936), Johanna Catharina (Cateau) (1861-1943) en Jan Ernst (1866-1930). Als rechtmatige erfgenamen komt het schilderij in 1902 in hun handen. De kinderen Lewe van Nijenstein erven zowel de borg Dijksterhuis als de Menkemaborg. In 1921 schenken zij de Menkemaborg aan de voorloper van het Groninger Museum, met de bedoeling om dienst te gaan doen als museum. De borg Dijksterhuis wordt op afbraak verkocht.
In de eetzaal hangt eveneens een portret van Elisabeth Anna Alberda, hun moeder en de zus van Gerhard Alberda. Zij trouwde in 1855 met Jean François Lewe van Nijenstein. In de gang van de Menkemaborg vindt u bovendien de kwartierstaat van Gerhard Alberda van Menkemaborg en Dijksterhuis als van Jean François Lewe van Nijenstein.

Het jongste kind Lewe van Nijenstein, Jean Francois Lewe, overlijdt als laatst overgeblevene van dit gezin in 1950. Daarmee zijn zowel de familie Alberda van Menkema (in 1902), als de erfgenamen, de familie Lewe van Nijenstein, uitgestorven.