Aletta Jacobs’ strijd voor het Vrouwenkiesrecht
Iedere volwassen Nederlander* mag naar de stembus bij verkiezingen voor de Tweede Kamer, de Provinciale Staten, de Gemeenteraad en het Europees Parlement. In 2019 is dit alweer honderd jaar een vanzelfsprekendheid. Vóór 1919 was het voor vrouwen niet toegestaan te stemmen. Jarenlang streden vrouwen van verschillende politieke stromingen voor het vrouwenkiesrecht. Onder andere Aletta Jacobs leverde haar aandeel in deze ware strijd.
Aletta Jacobs werd geboren als achtste kind van elf in een joods gezin in Sappemeer. Op heel jonge leeftijd besloot ze dat ze arts wilde worden en als tiener mocht ze als toehoorster naar de Rijks-hbs in Hoogezand. Na speciale toestemming van minister Thorbecke kon ze in 1871 als eerste vrouw geneeskunde studeren aan de Universiteit in Groningen. In 1878 deed ze haar artsexamen in Utrecht om vervolgens in 1879 te promoveren in Groningen. In Amsterdam richtte ze haar eigen artsenpraktijk op en haar hele leven hield ze zich bezig met het verbeten van de positie van de vrouw.

‘Geest onzer Staatsinstellingen’
Al in 1883 leverde Aletta Jacobs een bravourestuk met betrekking tot het Vrouwenkiesrecht. Tijdens een vergadering van de Amsterdamse gemeenteraad, diende ze het verzoek in op de kieslijst geplaatst te worden. Volgens de Grondwet van 1848 mocht ‘elke meerderjarige ingezeten, Nederlander, in het volle genot der burgerlijke en burgerschapsrechten’ op een kieslijst geplaatst worden. Het verzoek van Aletta Jacobs werd geweigerd door de Hoge Raad met de verklaring dat ‘volgens den Geest onzer Staatsinstellingen is aan de vrouw geen kiesrecht of stemrecht verleend’. Bij de grondwetswijzing in 1887 werd het woord ‘mannelijk’ opgenomen om iedere twijfel weg te nemen.
Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht
Nadat in 1893 het mannenkiesrecht werd uitgebreid, kreeg de strijd voor Vrouwenkiesrecht een impuls. In 1903 werd Aletta Jacobs verkozen tot presidente van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. In het Maandblad van de Vereeniging publiceerde ze talloze artikelen over het onderwerp. Pas in 1916 wierp de strijd haar vruchten af; vrouwen kregen passief kiesrecht. Aletta stelde zich meteen verkiesbaar voor de Vrijzinnig Democratische Bond maar werd nét niet gekozen.

‘Een heerlijke opluchting’
In september 1918 diende Kamerlid Marchant een initiatiefwet in tot instelling van actief kiesrecht voor vrouwen. Op 9 mei 1919 werd het door de Tweede Kamer aangenomen en op 10 juli 1919 door de Eerste Kamer. De wet-Marchant trad op 1 januari 1920 in werking. Zo volgde ten langen leste de invoering van het algemeen kiesrecht en konden vrouwen in 1922 voor het eerst naar de stembus.
Aletta Jacobs stierf 10 augustus 1929 in Baarn, op 75-jarige leeftijd.
* De leeftijd waarop men voor het eerst mocht stemmen, is in de loop van de twintigste eeuw nog een aantal keren veranderd. Die werd in 1946 verlaagd van 25 jaar naar 23 jaar en vervolgens naar 21 jaar (in 1963) en 18 jaar (in 1972). Bron: parlement.com
