Groninger Vrouwengalerij

Alegunda Ilberi: een dichteres in geheimtaal

Een door God geschonken gevoel voor de mysterieuze Tale Kanaäns inspireerde dichteres Alegunda Ilberi (1695-1740) om zich in het theologisch debat te mengen. Van de drie dichtbundels die ze schreef was vooral haar tweede revolutionair: voorheen mochten alleen mannen Gods woord uitleggen, maar in De gouden keten der goddelyke waarheden deed ze zelf een poging.

<p>De gouden keten der goddelyke waarheden (1738), de tweede bundel van Ilberi</p>

De gouden keten der goddelyke waarheden (1738), de tweede bundel van Ilberi

Alegunda Ilberi groeide op in haar geboorteplaats Bedum. Ze kwam uit een relatief welgesteld gezin in een familie vol predikanten. Het is dan ook niet geheel verrassend dat ze in 1717 de lutherse predikant Albertus Alberthoma huwde. Het echtpaar verhuisde in 1730 van Midwolde-Leek naar Emden in Duitsland. Hier pende Ilberi haar vroegst bekende vers.

Tale Kanaäns

In de achttiende eeuw was het voor vrouwen buiten het religieuze circuit nog ondenkbaar om zich te mengen in het publieke leven. Dat juist Alegunda Ilberi wel een gedicht durfde te publiceren had alles te maken met haar geloof. Net als haar man was Ilberi aanhanger van het piëtisme, een beweging binnen de lutherse kerk die de nadruk legt op praktische vroomheid. Piëtistische vrouwen roerden zich in die tijd wel vaker in het publiekelijk debat. Hun bemoeienissen verdedigden ze onder andere door te wijzen op hun gevoel voor de taal van Kanaän. Deze taal doet sterk denken aan het Nederlands waarin de Statenbijbel werd opgetekend en is verder doorspekt met Hebreeuwse uitdrukkingen en verkleinwoordjes. Ilberi en haar geloofsgenoten zagen deze taal als een door God gegeven middel om adequaat geloofservaringen te beschrijven wanneer gewone woorden tekort schoten. En als God haar het talent gegeven had om die taal te verstaan, dan was het toch ook haar plicht om hem te gebruiken, zo redeneerde ze.

‘Verademingen eender vermoeide ziele’

Het gedicht dat Alegunda Ilberi in Emden schreef, nam ze zes jaar later, toen zij en haar man inmiddels naar Leeuwarden waren verhuisd, op in haar bundel Verademingen eender vermoeide ziele. Ze was voorzichtig in het samenstellen van de bundel en nam alleen werk op dat vrome waarden predikte. De bundel kon rekenen op kerkelijke goedkeuring van twee Friese predikanten die niet alleen mooie woorden over hadden voor de inhoud van Ilberi’s gedichten, maar ook haar schrijfkunsten prezen.

‘De gouden keten der goddelyke waarheden’

In 1738 volgt ze haar debuutbundel op met een tweede werk: De gouden keten der goddelyke waarheden. In deze bundel mengt Alegunda Ilberi zich aanzienlijk verder in het theologisch debat dan dat ze in haar eerste bundel deed. Ze schreef haar gedichten in een vraag-antwoord-vorm waarin ze Gods wegen uitlegde aan geloofsgenoten. Deze manier van schrijven was voor vrouwen revolutionair, binnen de kerk hadden ze officieel niet de vrijheid om er een eigen visie op het geloof op na te houden. Na haar dood in 1740, ze woonde inmiddels in Groningen, verscheen ook nog een derde bundel van haar hand: De Heidelbergse catechismus berijmd.

Nalatenschap

Vier van de negen kinderen die Alegunda Ilberi met haar man kreeg overleefden hun jeugd, dochter Anna Christina zou later de voetsporen van haar moeder volgen als dichteres. Het zorgcentrum aan de Professor H.J.A.F. Boermastraat in Bedum is naar Ilberi vernoemd.

<p>Illustratie: &quot;Alegunda&quot; door Nienke Siegers</p>

Illustratie: "Alegunda" door Nienke Siegers