Eten & drinken in middeleeuwse kloosters

Bier, kaneel, suiker en zout - middeleeuwse kloosterlingen smulden ervan. Ze aten weliswaar maar twee keer per dag, zwegen doorgaans gedurende de maaltijd en moesten vlees van viervoeters laten staan, maar de gerechten waren smakelijk en vullend. In de expositie 'Eten & drinken in middeleeuwse kloosters' die Klooster Ter Apel in de winter en voorjaar 2014/2015 organiseert, staat de maaltijd in het laatmiddeleeuwse klooster centraal. De expositie vindt plaats in de aanloop naar het 550-jarig bestaan van Klooster Ter Apel in 2015.

Eten & drinken in middeleeuwse kloosters
Erwten in de marge, Van Alphen Getijde­boek, Noord-Nederland ca. 1450, atelier van de Meester van Katharina van Kleef.

Regel van Benedictus

In middeleeuwse kloosters werd de maaltijd bepaald door de Regel van Benedictus en het kerkelijk jaar. De Italiaanse Benedictus stelde in de 6e eeuw algemene kloosterregels op en beschreef ook wat wel en niet gegeten mocht worden, hoe vaak en wanneer, hoe de maaltijd moest verlopen en wat de regels waren op vastendagen. Deze Regel bleef gedurende de hele Middeleeuwen gelden, al veranderden het leven en de maatschappij natuurlijk aanzienlijk. Kloosterlingen vonden dan ook allerlei manieren om deze Regel te omzeilen.

Kijkje in de keuken

In de loop van de tijd verbeterden de landbouw en veeteelt en kwamen via de handel, de kruistochten en de pelgrimages uiteenlopende exotische producten de kloosters binnen. Zo werden in de keuken tal van specerijen gebruikt, verkocht de apotheek suiker als middel om aan te sterken en was zout niet alleen onmisbaar om te conserveren maar ook om smaak te geven aan gerechten. Over deze en nog veel meer aspecten van de middeleeuwse kloosterkeuken gaat deze expositie. Middeleeuwse objecten en replica's, beeldmateriaal, teksten en een digitale informatiezuil bieden de bezoeker letterlijk een kijkje in de keuken van de middeleeuwse kloosterling.

Zie ook