Belevenissen van een Winschoter predikant in Suriname

Op 4 april 1845 stapt de dan 22-jarige Willem Boekhoudt (1822-1894) aan boord van het fregatschip Catharina om naar Suriname te zeilen. Hij vestigt zich daar als ‘Evangelie dienaar’ voor zowel de Hervormde gemeente als de Lutherse gemeente in Paramaribo. Toen in 1847 de predikant van de Hervormde gemeente ziek werd en naar Curaçao ging om te herstellen, trad Boekhoudt een jaar lang in zijn plaats.

Belevenissen van een Winschoter predikant in Suriname
Waterkant met Gouverneurshuis te Paramaribo, ca. 1860. - Litho: Jonkheer Jacob Eduard van Heemskerck van Beest

Maar zoals Boekhoudt zelf schrijft, was er voor en na die tijd niet altijd genoeg werk en had hij tijd om de binnenlanden van Suriname te verkennen. Boekhoudt observeert en beschrijft. Ook komt hij op zijn tocht nazaten van Groningers tegen, de boeroes. Mensen die vol optimisme naar Suriname waren getrokken om daar moerassen te ontginnen en zich in de landbouw te bekwamen. Van hun optimisme was tijdens het bezoek van Boekhoudt weinig meer terug te vinden. Volgens de dominee konden ze “alleen nog maar bidden, in de hoop dat alle ellende snel voorbij zou gaan”. De dood zat hen op de hielen.

Het Surinaamse klimaat bleek niets voor deze Groningers. In 1849 wordt Boekhoudt in Scheemda aangesteld als predikant, maar zijn Surinaamse avontuur laat hem niet los. Als ‘Suriname-expert’ is hij in de wintermaanden in de Groninger Veenkoloniën een graag geziene gast bij lezingen voor de zeemanscolleges en bij de Nut-verenigingen. Velen vragen hem om zijn verhalen op schrift vast te leggen, maar het komt er niet van. Pas in 1873 begint hij te schrijven en in 1874 verschijnt zijn publicatie bij Van der Veen te Winschoten. Vreemd genoeg adviseert hij bij de inleiding de Groningers om naar Suriname te gaan. Door de afschaffing van de slavernij is er immers werk genoeg. Wie moerassen kan ontginnen kan zo aan de slag. Blijkbaar was hij het lot van de boeroes uit het oog verloren.

Op de tentoonstelling wordt ook werk getoond van Rudi Pinas. Pinas is geboren in het Marrondorp Moitaki in Suriname. Marrons zijn nakomelingen van mensen, die gekozen hadden om in vrijheid te leven boven de mensonterende slavernij op de plantages. De kunstwerken van Pinas zijn geïnspireerd op de Surinaamse kunstvorm Tembe van de Surinaamse Marrons. Tembe is een overkoepelende naam voor schilderkunst en houtsnijwerk.

Zie ook